Kristel De Clerq - Soffers | Broechemsesteenweg 44 | 2520 Ranst (Broechem) Kristel De Clerq - Soffers | Broechemsesteenweg 44 | 2520 Ranst (Broechem) Kristel De Clerq - Soffers | Broechemsesteenweg 44 | 2520 Ranst (Broechem) Kristel De Clerq - Soffers | Broechemsesteenweg 44 | 2520 Ranst (Broechem)
Monday the 25th - Template Joomla

U kunt het volledig artikel afdrukken of emailen door op dit symbool te klikken ==>

Observatie bij kinderen tot de basisschoolleeftijd.

Meer dan 98% van alle pasgeborenen komt op de wereld met gezonde ogen en met de mogelijkheid een goed zicht op te bouwen. Niettemin zijn gezonde ogen geen garantie dat een kind in staat zal zijn de ogen efficiënt te gebruiken om zo te begrijpen wat het ziet.

Het zien is een leerproces. De manier waarop wij ons visueel systeem gebruiken, bepaalt het gemak of ongemak ervan op school of werk.

Ouders worden vaak gealarmeerd wanneer zij bij hun baby een oogje zien wegdraaien (meestal naar de neus toe). Dit komt dikwijls voor bij baby's (tot circa 6 maanden) waarbij de neusbrug nog erg plat en breed is. Dit geeft een misleidende indruk.

Met een testje kan men zelf controleren of verder onderzoek nodig is. Men kijkt naar de reflecties b.v. van een penlight in de pupillen. Als beide reflecties gecentreerd staan in de pupil en symmetrisch ten opzichte van elkaar, is er geen aanleiding tot ongerustheid.

Als de reflecties niet in het centrum van de pupil staan en asymmetrisch zijn, dan is het aan te bevelen een bevoegd persoon in te schakelen, aangezien kinderen zelden dit visueel probleem vanzelf ontgroeien. Er zijn verschillende procedures, die dit probleem kunnen verhelpen. Een oogoperatie zou altijd de laatste oplossing moeten zijn.

Hoe de ogen van uw kind eruit zien, geeft een indicatie van het minder functioneren ervan :

  •     of oogleden,
  •     vastgeplakte oogharen en/of oogleden,
  •     snel tranende ogen,
  •     neerhangen van één of beide oogleden,
  •     één oog draait naar binnen of buiten bij vermoeidheid.

Kinderen met visueel ongemak uiten dit door :

  •  overmatig wrijven in de ogen,
  •  ontwijken van fel licht of er hoofdpijn van krijgen,
  •  vaak een oog sluiten,
  •  regelmatig de ogen half dicht knijpen,
  •  dicht bij t.v. gaan zitten.

 

Het is zinvol om tijdig een onderzoek te laten verrichten, zodat u die informatie krijgt, hoe verdere belasting van uw kind te voorkomen.

Wilt u meer weten over de visuele ontwikkeling van het kind, dan kunt u op het centrum een uitgebreide observatielijst van de te ontwikkelen visuele vaardigheden in de verschillende leeftijds-fasen, verkrijgen.

Visuele problemen bij schoolkinderen

Juist op school kunnen visuele problemen bij kinderen worden opgemerkt, omdat kijken en zien een wezenlijk onderdeel vormt van het leren op school.

Hierna volgt een beknopte opsomming van visuele problemen en hoe de aanwezigheid daarvan kan worden opgemerkt.

Opnemen van de visuele informatie

1. Oogbewegingsvaardigheid

Een goede oogbewegingsvaardigheid stelt het kind in staat om aangeboden materiaal visueel te beoordelen en te 'scannen', waardoor in korte tijd en met weinig energie zo veel mogelijk informatie wordt verkregen.

Indien de oogbewegingen traag, ongecoordineerd of schokgewijs verlopen, of wanneer ongewild te veraf of te dichtbij wordt gekeken, zal het kind minder informatie opnemen.

Uitingen van oogbewegingsproblemen kunnen zijn :

  •  het hoofd draait mee tijdens het lezen,
  •  het kind weet (vaak) niet meer waar met lezen werd gestopt,
  •  een vinger, liniaal of ander hulpmiddel wordt gebruikt om tijdens het lezen bij te wijzen,
  •  de leessnelheid is (te) traag,
  •  tijdens het lezen kan de aandacht niet worden vastgehouden,
  •  (vaak) worden woorden overgeslagen tijdens het lezen,
  •  bij het lezen worden regels overgeslagen zonder dat het kind dat opmerkt,
  •  vaak worden letters verwisseld, bij het schrijven wordt (vaak) onder of boven de lijn geschreven.

 

2 Samenwerking tussen beide ogen

Indien beide ogen en hun respectievelijke oogspieren perfect samenwerken, leidt dit tot het vormen van één beeld (fusie). De samenwerking tussen beide ogen op deze manier moet al op de peuterleeftijd worden verkregen.

Indien om welke reden dan ook op die leeftijd deze samenwerking tussen beide ogen niet goed tot stand komt, leidt dit later tot problemen bij ruimtelijke oriëntatie, diepte-zien, enz.

p4

Kinderen die met deze problemen kampen, lijken vaak onhandig of onbeholpen in hun motorische coordinatie. Immers het "zien" heeft geen sturende functie over de bewegingen.
Uitingen van samenwerkingsproblemen tussen beide ogen kunnen zijn :

  •  troebel zien bij het wisselen van de kijkafstand (veraf-dichtbij),
  •  af en toe dubbel zien (bijvoorbeeld bij het lezen),
  •  één oog (met de hand) bedekken of sluiten bij het lezen of in de verte kijken,
  •  bij het schrijven letters in een woord herhalen,
  •  bij het rekenen de cijfers/getallen niet recht onder elkaar zetten,
  •  het hoofd erg schuin houden,
  •  vaak van houding veranderen bij het dichtbij werken,
  •  klagen over dansen van de letters op de bladzijde,
  •  snel vermoeid raken bij ingespannen kijken,
  •  klagen over (over)gevoeligheid voor licht.

 

3 Oog-handcoördinatie

Onder oog-handcoördinatie wordt hier verstaan het geïntegreerd samenwerken van de ogen en de hand(en) als één leer-instrument.

Indien zich hierbij problemen voordoen, zal het kind vaak een beroep doen op zijn hand(en) als ondersteuning bij het ontdekken en onderzoeken ('betasten') van nieuwe dingen, terwijl andere kinderen die dingen voornamelijk 'bekijken'.

Een kind met deze problemen zal bijvoorbeeld moeilijk binnen de lijnen kunnen kleuren, en het handschrift zal er onverzorgd en onregelmatig uitzien.

Uitingen van problemen met de oog-handcoördinatie kunnen zijn :

  •  ondersteuning van de handen (betasten) is nodig bij het visueel beoordelen van aangeboden materiaal,
  •  de ogen niet gebruiken om de hand(en) te besturen',
  •  gebroken handschrift, met weinig ruimte tussen de woorden, niet tussen de lijnen schrijven,
  •  bij het rekenen de cijfers/getallen niet recht naast en onder elkaar zetten,
  •  een vinger, lineaal of ander hulpmiddel gebruiken om de plaats op de bladzijde te onthouden,
  •  (herhaaldelijk) rechts en links door elkaar halen.

 

4 Scherp zien op verschillende afstanden

Scherp zien op verschillende afstanden is mogelijk doordat bij verandering van de kijk-afstand de ooglens meer wordt gekromd (dichterbij kijken) of meer wordt afgeplat (verder weg kijken), door middel van ontspanning of samentrekking van de ooglens-spieren, ofwel de accommodatie van de ogen.

Indien dichtbij wél goed wordt gezien, maar veraf niet, is er sprake van bijziendheid. Indien veraf wél goed wordt gezien, maar dichtbij niet, is er sprake van verziendheid. Een verziend kind zal vaak omwille van het grote accommodatie-vermogen de verziendheid zelf kunnen compenseren en dus scherp zien. De verziendheid uit zich dan meer door klachten over visueel ongemak dan over wazig zicht dichtbij. Indien het krommen of afplatten van de ooglens over het geheel genomen niet soepel verloopt, is er sprake van een algemeen accommodatie-probleem.

Indien deze problemen niet op tijd worden opgemerkt, zal dit zijn weerslag hebben op het visueel functioneren in het algemeen. De onnauwkeurigheden die dan onstaan bij het opnemen van visuele informatie, bemoeilijken vergelijking met informatie die via het gehoor of de tastzin is verkregen. Het duidelijkste signaal is in dit verband dat het kind nabij-taken of veraf-taken zal proberen te weigeren of te negeren.

Uitingen van problemen van bij- en verziendheid kunnen zijn :

  •  gemakkelijk interesse verliezen,
  •  na even lezen gelijksoortige woorden verkeerd uitspreken,
  •  veel knipperen met de ogen bij nabij-taken,
  •  bij het lezen het boek (te) dichtbij houden en schrijven met de neus op de bladzijde,
  •  nabij-taken negeren,
  •  klagen over taken die een visuele beoordeling vereisen,
  •  één oog (met de hand) bedekken of sluiten bij het lezen,
  •  fouten maken bij het overschrijven van het bord,
  •  snel vermoeid raken en na het lezen of schrijven en daarna weer op het bord kijken met de ogen knipperen,
  •  in de ogen wrijven tijdens het naar iets kijken of na korte periodes naar iets kijken,
  •  klagen over visueel ongemak (oogpijn, tranende ogen).

 

p7

 

Uitingen van algemene accommodatie-problemen kunnen zijn :

  •  troebel zien op werk-afstand en veel in de ogen wrijven,
  •  troebel zien in de verte na een tijdje (dichtbij) lezen,
  •  minder goed zien in de verte,
  •  de werk-afstand is korter dan de voorarm-lengte,
  •  misselijkheid en hoofdpijn na langdurig nabij-werk,
  •  algemene vermoeidheid na een schooldag,
  •  zichtbare moeilijkheden om nabij-werk vol te houden,
  •  veel knipperen met de ogen om na dichtbij kijken weer goed op het bord te kunnen zien,
  •  veel fouten maken bij het overschrijven.

 

Verwerking van de visuele waarneming

Een visuele waarneming hoort te leiden tot de daarbij behorende begripsvorming. Daarbij kunnen zich problemen voordoen voor wat betreft vormbegrip, onderscheiden van hoofd- en bijzaken, aanvullen of vervolledigen van de visuele informatie, bepalen van juiste volgorde van delen van de informatie.

1 Vormbegrip

Uitingen van problemen met het vormbegrip kunnen zijn :

  •  verwarren van letters die op elkaar lijken (b/d/p, u/v),
  •  verwarren van woorden met eenzelfde begin- of eindletter,
  •  de neiging hebben om andere zintuigen (gehoor/spraak, tastzin) te gebruiken bij het beoordelen/onderscheiden van dingen, wat normaal gebeurt via visuele waarneming,
  •  moeilijkheden bij het herkennen van eenzelfde woord op de bladzijde,
  •  neiging tot algemeniseren bij sorteren/indelen,
  •  moeilijkheden met leren lezen,
  •  lezen van woord-na-woord afzonderlijk,
  •  omkeren van letters en verplaatsen van lettergroepen.

 

2 Onderscheiden van hoofd- en bijzaken

Uitingen van problemen met het onderscheiden van hoofd- en bijzaken kunnen zijn :

  •  moeilijk onderscheid kunnen maken tussen gegevens die wél en niet van belang/noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van visuele taken,
  •  de neiging hebben om bij het overschrijven, gewoon schrijven of tekenen ófwel vroegtijdig te stoppen ófwel door te gaan op details,
  •  moeilijk een taak volledig kunnen volbrengen,
  •  zich niet bewust zijn van de dingen die van wezenlijk belang zijn voor het uitvoeren van een taak,
  •  traag werken in vergelijking met klasgenoten,
  •  moeilijkheden met leren lezen.

 

3 Aanvullen/vervolledigen van de visuele informatie

Dit wordt ook wel 'visuele sluiting' genoemd, waaronder wordt verstaan het in gedachten aanvullen/vervolledigen van gedeeltelijke informatie die visueel is verkregen.

Uitingen van problemen met visuele sluiting kunnen zijn :

  •  negeren van details bij het uitvoeren van visuele taken,
  •  er wordt geen onderling verband gelegd tussen deel-taken,
  •  onvolledige afwerking van (deel)taken,
  •  traag in vergelijking met klasgenoten,
  •  'begrijpend' lezen levert moeilijkheden op.

 

 4 Bepalen van juiste volgorde van delen van informatie

Uitingen van problemen met het ordenen van delen van informatie kunnen zijn :

  •  geen goede organisatie van de bezigheden of van het materiaal waarmee wordt gewerkt,
  •  zwak in spelling,
  •  negeren van links-rechts,
  •  problemen bij het ordenen/indelen van visuele informatie,
  •  moeilijkheden met taken die in verschillende stappen moeten worden uitgevoerd.

 

p9

Einde artikel

couponcodeshosting